Vallei van de Abeek stroomopwaarts van Bocholt

Ankerplaats ID:A70037

Landschap

Omschrijving

Het landschap is gelegen in de vallei van de Abeek stroomopwaarts van Bocholt, in het grensgebied met de gemeenten Bree, Meeuwen-Gruitrode en Peer. Het bevindt zich in de overgangzone tussen het Kempens Plateau en de Vlakte van Bocholt. Dergelijke overgangszone wordt gekenmerkt door een eigen dynamiek. Naast een gevarieerd bodemgebruik en waardevolle, cultuurhistorische elementen bezit het landschap hier ook een bijzonder reliëf. De Abeek sneed een smalle vallei uit in het Kempens Plateau. Het grondwater, dat in de ondergrondse lagen van het plateau opgeborgen zit, komt er aan de oppervlakte in bronnen of sprinken en moerassige kwelzones. Dat is bijvoorbeeld het geval in de Rietkuil op de linkerflank van de beek te Grote-Brogel. De reliëfkenmerken van het landschap worden sterk mede bepaald door terreinverzakkingen langs verscheidene breuken, die zich op de zuidrand van de Slenk van Roermond situeren. Een eerste steilrand (Bree - Grote-Brogel) overbrugt het hoogteverschil tussen het plateau en het zogenaamde niveau van Grote-Brogel - Gerdingen op 50-55 m. Verder noordwaarts vormt een tweede rand (Bree - Kaulille) de grens met de Vlakte van Bocholt. Die laatste is het gevolg van de Feldbissbreuk, waarlangs de vlakte lager kwam te liggen. De verschillende niveaus zijn bedekt door eolische dekzandpaketten, die dunner zijn op het plateau dan op het laagland. Zoals ook elders op en rond het Kempens Plateau geeft de vallei het algemeen stramien aan waarlangs de vestigingen plaatsvonden en vormt hier een smal lint tussen Reppel en het gehucht Over de Beek. Landschappelijk is zij ook de verbinding tussen het kleinschaliger landschap op het plateau en het natter en open grasland- en akkerbouwgebied in de Vlakte van Bocholt. Zuidwestelijk voeren op de valleiranden nog velden en weiden de boventoon, waartussen verspreide hoeves staan en historisch stabiele loof- of naaldhoutbosjes voorkomen. Houtkanten schermen er tal van landbouwpercelen af. De oudere akkers in de regio bezitten plaggenbodems. In de Kempense beekvalleien werden van oudsher vochtige beemden als hooi- en weiland in cultuur gebracht. Een grachtenstelsel maakte de ontwatering mogelijk. Tot begin 20ste eeuw werd in de Abeekvallei turf gestoken, waarvan sommige turfputten zijn overgebleven en ontwikkeld tot moerassige plaatsen. Er kwamen ook bevloeide, zogenaamde waterbeemden voor. Volgens recent onderzoek was dit een zeer algemene, vele eeuwen oude en door de Kempense landbouwers toegepaste bevloeiing van grasland. Er lag o.a. een bevloeiingscomplex op vlakke veenbodem ter hoogte van de hoeve Het Ooievaarsnest. Die hoeve (13de eeuw, heropgebouwd na brand in 1866) geldt overigens als het geboortehuis van Pieter Breughel de Oude. Zoals vaker voorkwam werd de beek stroomopwaarts van de Genamolen opgeleid, en de zo hoger liggende beek ook daar gebruikt voor bevloeiing. Na de tweede wereldoorlog vielen veel van de hooilanden in onbruik. Zij werden aangeplant met populieren, verruigden tot rietlanden of evolueerden terug tot elzenbroekbossen of laagvenen. Op de Vlakte van Bocholt ontbreekt dat bodemtype volledig. Daar werden de beemden op de zandige, vastere bodem veelal gebruikt en ingericht als graasweiden, gekenmerkt door verspreide bomenrijen. Op de steilere hellingen van de vallei in Grote Brogel en Meeuwen gaf het landgebruik aanleiding tot de vorming van taluds en een opstrekkend patroon van holle wegen. De oude wegverbindingen werden uitgeschuurd door het eeuwenlang gebruik van hooiwagens en molenkarren. Op de beek lagen tal van watermolens: de naar Bokrijk verhuisde Slagmolen van Ellikom,de Reppelse of Cuppensmolen, de Binkenmolen, de molen van Mariëndaal en tenslotte de Genamolen te Beek. Een dreef verbond de molen te Ellikom met de hoeve Het Ooievaarsnest aan de overzijde van de beek. Waar zich nu de watermolen van Reppel bevindt, stonden oorspronkelijk drie molens. De oudste stamt uit het midden van de negende eeuw (856) en is één van de oudste van het land. De slagmolen gaat terug tot het begin van de 15de eeuw. Van de schorsmolen zijn de typische stenen met diepere groeven bewaard gebleven. Reppel is ook één van de oudste dorpen van de streek. Dat blijkt o.a. uit de gegevens over de Sint-Willibrorduskerk, die teruggaan tot de schenking van Replo aan de abdij van Echternach in 725. In de 14de eeuw werd een gotische kerk opgericht. De huidige neogotische kerk werd dwars op de richting van de vorige kerk gebouwd zodat de toren en het 16de eeuwse koor bewaard bleven, en nog steeds het dorpszicht bepalen. De ecologisch en landschappelijk waardevolle, oude kanaalarm wordt genoemd naar de 15de eeuwse priester Jan Van Abroek, geboren in de Genamolen. Statige bomenrijen en houtkanten langs de jaagpaden accentueren de het vroegere kanaaltracé in het landschap en zijn van beduidend hogere ouderdom dan die langs de huidige Zuid-Willemsvaart. De oude hoekige kanaalarm werd in de jaren 1930-35 afgesneden en vindt zijn oorzaak in het reliëf. Bij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart begin 19de eeuw vreesde men niet alleen diepe insnijdingen maar ook, zoals hier het geval is, depressies waar het kanaal d.m.v. dijken als het ware bovenop het landschap moest gebouwd worden. Het noord-zuidpand is sinds enkele jaren gedeeltelijk ingenomen door de expresweg Bocholt-Bree. De wel bewaarde gedeelten vertonen het beeld van de Zuid-Willemsvaart in zijn oude glorie. Van belang is ook het recreatieve aspect van het valleigebied. Het oud kanaal Jan Van Abroek wordt reeds langer bevist. Andere, zachte recreatievormen maakten de laatste jaren opgang. De regio is aantrekkelijk door zijn variatie aan landschappelijk erfgoed en leent zich tot fiets- en wandeltoerisme, waartoe verschillende routes werden uitgestippeld.

Landschapswaarden

Wetenschappelijke waarde

De vallei van de Abeek ligt in het overgangsgebied van het Kempens Plateau naar de Vlakte van Bocholt, gekenmerkt door een eigen dynamiek. De omgeving bezit een bijzonder reliëf en verscheiden gradiënten (bodem, vochtigheid enz.), die aanleiding geven tot een gevarieerde begroeiing. De reliëfkenmerken van het landschap worden sterk mede bepaald door terreinverzakkingen langs verscheidene breuken. De beekvallei vertoont bronnen of sprinken en moerassige kwelzones. Zij is gedeeltelijk opgevuld met veenbodems.

Historische waarde

De beekvallei geeft het algemeen stramien aan waarlangs de vestigingen plaatsvonden. Zij bepaalde mede het landgebruik en het voorkomen van waardevolle cultuurhistorische elementen. Niet alleen is zij met haar watermolens rijk aan industrieel-archeologisch erfgoed, maar aansluitend bepaalt de Sint-Willibrorduskerk het dorpszicht van Reppel. Langs de beek kwamen beemden en turfputten voor. Het eeuwenlang gebruik van hooiwagens en molenkarren gaf aanleiding tot de vorming van taluds en holle wegen op de steilere hellingen. Landschappelijk is de Abeek ook de verbinding tussen het natter en open grasland- en akkerbouwgebied in de Vlakte van Bocholt en het kleinschaliger landschap met verspreide hoeves, historisch stabiele bosjes en houtkanten op de plateaurand. De landschappelijk waardevolle, oude kanaalarm vertoont nog deels het beeld van de Zuid-Willemsvaart in zijn oude glorie.

Esthetische waarde

De afwisseling van open zowel als half-open en kleinschaliger landschappen geven het gebied een hoge belevingswaarde. Aantrekkelijk is hier vooral ook het bijzondere reliëf en de variatie aan cultuurhistorische elementen met holle wegen, fraaie monumenten en dorpszichten. Statige bomenrijen en houtkanten langs de jaagpaden accentueren de oude kanaalarm in het landschap.

Sociaal-culturele waarde

Het oud kanaal Jan Van Abroek wordt reeds langer bevist. Andere, zachte recreatievormen maakten de laatste jaren opgang. De regio is aantrekkelijk door zijn variatie aan landschappelijk erfgoed en leent zich tot fiets- en wandeltoerisme, waartoe verschillende routes werden uitgestippeld.

Ruimtelijk-structurerende waarde

Voornamelijk de Abeekvallei en de Zuid-Willemsvaart waren hier bepalend voor de opbouw en organisatie van het landschap.

Landschapselementen en opbouwende onderdelen

Geomorfologie/hydrografie

Microreliëf:
  • microreliëf
  • talud
Macroreliëf:
  • macroreliëf
  • steilrand
  • markante terreinovergang
  • holle weg
Hydrografische Elementen:
  • beek
  • vallei
  • meander

Abeek

Moerassige gronden:
  • moeras
  • veen
  • rietland

vochtige beemden

Andere:

Elementen van bouwkundig erfgoed, nederzettingen en archeologie

Nederzettingspatronen:
  • nederzettingspatroon
  • gehucht

valleisite Reppel en gehucht Over de Beek

Landbouwkundig erfgoed:
  • hoeve
  • schuur
  • stal

o.a. Het Ooievaarsnest

Molens:
  • watermolen

o.a. Genamolen, Mariëndaal, Binkenmolen, Reppelmolen

Kerkelijk erfgoed:
  • kerk
  • kapel

o.a. Sint-Willibrorduskerk

Archeologische elementen:

Elementen van transport en infrastructuur

Wegenis:
  • weg
  • pad

opstrekkend patroon vanuit Abeekvallei

Waterbouwkundige infrastructuur:
  • kanaal
  • dijk
  • sluis
  • grachtenstelsel
  • stuw
  • lijnpad

grachtenstelsel met o.a. Losbeek, oud kanaal Jan Van Abroek, Zuid-Willemsvaart, moleninfrastructuur

Elementen en patronen van landgebruik

Puntvormige elementen:
  • bomengroep
  • solitaire boom
Lijnvormige elementen:
  • dreef
  • bomenrij
  • houtkant
Kunstmatige waters:
  • poel
  • turfput
  • vijver
Topografie:
  • onregelmatig
Historisch stabiel landgebruik:
  • permanent grasland
  • plaggenbodems

o.a. vochtige hooi- en weilanden

Bos:
  • naald
  • loof
  • broek
  • hakhout
  • struweel
Bijzondere waterhuishouding:
  • ontwatering
  • vloeiweide
  • watering

o.a. kleinschalige waterbeemden

Opmerkingen en knelpunten

Het noord-zuidpand van het oud kanaal Jan Van Abroek is sinds enkele jaren gedeeltelijk ingenomen door de expresweg Bocholt-Bree. De recente bebouwing levert geen bijdrage tot de landschapswaarden.